De kunst van relativeren (en hoe dat mij soms totaal niet lukt)

Soms maken we ons op het werk druk om de kleinste dingen — terwijl we diep vanbinnen weten dat het niet het einde van de wereld is. In deze blog vertel ik hoe ik zelf óók meesleur in die stroom van “alles is belangrijk”, hoe het leven na ziekte de werkvloer anders laat voelen, en waarom balans geen eindbestemming is maar een dagelijkse keuze. Een eerlijk verhaal over grenzen, energie, en de moed om te zeggen hoe het écht met je gaat.

7/28/20253 min read

De kunst van relativeren (en hoe dat mij soms totaal niet lukt)

Soms zit ik in een werkoverleg, of hoor ik gesprekken op de werkvloer en denk: “Maken we ons hier nou écht druk om?” Een zucht over de zoveelste meeting. Stress over een deadline. Een fout in een presentatie. Vergaderzalen die volgeboekt zijn en zo kan ik er nog wel een paar opnoemen. En in mijn hoofd hoor ik dan: “Gelukkig doen we geen openhartoperaties.” “Gelukkig gaat er niemand dood.” Maar de grap is: ik doe er zelf net zo hard aan mee. Ook ik voel mij soms meegesleept door de “alles is belangrijk” stroom. Ik voel me soms ook opgejaagd door de drukte van de dag. En voor ik het weet, zit ik óók te stressen over details die — eerlijk is eerlijk — in het grotere plaatje niet eens zo belangrijk zijn.

Waarom klagen soms makkelijker is dan voelen

Soms lijkt klagen de grootste hobby van mensen. Klagen helpt je soms verdragen.
En eerlijk is eerlijk, ik doe er zelf ook aan mee. We maken grote plannen, dromen over mooiere huizen, een volgende carrièremove. Begrijp mij niet verkeerd, dromen zijn prachtig! Ik heb ze ook, zelfs een beetje levenshaast (maar dat vraagt om een andere blog). Alleen... soms voelt het zó overtrokken. Zeker als je in een split second hebt gehoord dat je kanker hebt (gehad). Als je weet dat de enige echte urgentie is: gezond zijn, gezond blijven, en leren leven in het NU. Ik heb het echt moeten leren: dat verdragen. Het leed is tenslotte zo groot als men zich aantrekt en Wie droomt die leeft. En empathie is leren luisteren zonder vergelijken.

Prikkels die harder binnenkomen
Wat niemand je vertelt, is dat werken na een ziekte- en herstelproces… anders voelt. Ik ben niet minder gemotiveerd. Ik wil het niet minder goed doen. Maar mijn energie is anders. Mijn hoofd is voller. Vergaderingen kosten me meer energie. Een dag op kantoor kan voelen alsof ik een marathon loop. En de kleine sociale ruis — blikken, grapjes, non-stop energie van anderen — komt bij mij soms binnen als een donderslag.

Voor jezelf kiezen (en hopen dat het oké is)
Ik probeer steeds vaker voor mezelf te kiezen. Te luisteren naar de signalen van mijn lijf. Maar dat is spannend. Want je loopt niet met je rugzak te koop. Niet zomaar op de werkvloer. Je wilt ook niet telkens overal onderuit duiken omdat je “toevallig ziek bent geweest”. Mensen zien de buitenkant. Ze denken: “Je bent toch weer beter? Dat cirkeltje moet toch rond zijn? Zo voelt het voor anderen misschien. Het is al zó lang geleden… Maar hoe leg je uit dat het misschien nooit meer helemaal “als vanouds” wordt? Durf je met een werkgever wel te delen wat je hebt doorgemaakt? Durf je kwetsbaar te zijn als je niet zeker weet of het begrepen wordt? Soms is er geen ruimte voor uitleg.
Het enige wat je kunt doen, is keuzes maken die voor jóu goed voelen.
Ook als dat betekent dat je even een meeting overslaat. Of niet overal meer ‘ja’ op zegt. Maar eerlijk? Dat roept soms onzekerheid op. Dat schuurt. Zien mensen nog wel dat ik mijn werk serieus neem? Accepteren ze me nog als ik mijn grenzen aangeef? Durven ze er op te vertrouwen dat ik ondanks deze kleine “afwijkingen” nog steeds een goede aanwinst ben?

Balans is geen eindbestemming
Lang dacht ik dat ik ooit balans zou vinden. Dat er een moment komt waarop alles “in evenwicht” is. Maar ik leer nu dat balans geen bestemming is. Het is een proces. Een dagelijkse zoektocht tussen meedoen en jezelf beschermen. Tussen betrokken zijn en jezelf niet voorbijrennen. En dat mag.
Werk is belangrijk. Maar mijn energie is dat ook.

Misschien geldt dat voor meer mensen dan we durven toegeven.
Gezond, ziek, of ergens daar tussenin.
Misschien zouden we het daar wat vaker over mogen hebben.
Niet groots. Niet zwaar.
Maar gewoon… menselijk.


Misschien begint échte samenwerking wel met de moed om gewoon te zeggen hoe het écht met je gaat.